Interview

Negen vragen aan Anke van Hal

Hoe kijken duurzame koplopers uit het bedrijfsleven en de wetenschap aan tegen leefbaar wonen en werken? En waar halen zij hun inspiratie vandaan? Journalist Max Christern stelt ze negen vragen rondom leefbaarheid. Dit keer aan het woord: Anke van Hal.

Anke van Hal is hoogleraar Sustainable Building and Development aan de Universiteit Nyenrode en als praktijkhoogleraar Sustainable Housing Transformation doceert ze aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Als iemand in Nederland weet waar duurzaam bouwen over gaat, dan is Anke van Hal het wel. Er werd onder meer gesproken over ‘ecologische principes’ in jaren ’90 woonwijken, het nieuwe gebouw van de faculteit Bouwkunde in Delft, en Seats2Meet als nieuwe werkvorm.

Anke van Hal

Welke plek uit je jeugd herinner je als je favoriete plaats om te zijn?
“Ons weekendhuisje in Baarle-Nassau, daar liggen heerlijke herinneringen. Mijn ouders, die beiden uit Brabant komen, kochten dit huisje nadat we voor het werk van mijn vader naar Rotterdam moesten verhuizen. Dankzij dit weekendhuis kwam hij elk weekend toch weer even ‘thuis’ en voor mijn moeder voelde het daar als vakantie en dat was de ideale compensatie voor die verhuizing. Ik speelde daar eindeloos in het bos, met andere kinderen. We bouwden boomhutten, we reden paard en ik maakte lange wandelingen met onze hond, Astor. Die beschermde me en wist altijd de weg terug naar het huisje. Ik had er heel veel vrijheid en nog steeds als ik er kom, ervaar ik dat gevoel van jeugdgeluk en vakantie.”

Wat was het eerste kantoor waar je werkte en wat herinner je van die plek?
“Als tweedejaars student bouwkunde in Delft had ik een vakantiebaantje bij het GEB in Rotterdam, waar ik onder andere de kapotte stoplichten in de stad moest inventariseren. Er werd daar gewerkt met een prikklok en dat vond ik heel fascinerend. Het gaf mij een beetje een gevangenis-gevoel. Mijn eerste echte baan was bij de gemeente Delft, op de afdeling milieu. Dat zat in een mooi, oud grachtenpand in het centrum van de stad. Mijn kantoor was op de zolder, heel knus. Ik herinner me dat alle collega’s persoonlijke spulletjes op hun bureau hadden staan. En ik werkte met allemaal hele gezellige mensen. Uiteindelijk maakt dat toch of een werkplek leuk is of niet.”

In welke mate geloof je dat een gebouw of kantoor van invloed kan zijn op de mensen die er werken?
“Op dit moment zit ik middenin een onderzoek waarin de relatie Happiness and Place een grote rol speelt: welke omgevingsfactoren beïnvloeden of je je ergens wel of niet gelukkig voelt? We gaan terug naar woonwijken die medio jaren ’90 gebouwd zijn volgens een aantal ecologische principes. Dit waren bewust duurzaam gebouwde woonwijken waarbij werd gewerkt rondom thema’s als energie, water, afval, gezondheid en materialen. Heeft die focus op duurzaamheid bijgedragen aan de leefbaarheid van die wijken? Zijn het ‘ fijne’ wijken geworden? Nu, twintig jaar later, blijkt uit de eerste onderzoeksresultaten dat inderdaad veel maatregelen die destijds puur uit milieu-overwegingen werden getroffen er aan hebben bijgedragen dat dit wijken zijn geworden waar mensen zich erg prettig in voelen. En dat versterkt weer mijn overtuiging dat de kans op het behalen van de energiedoelen in de woonomgeving toeneemt als we verder kijken dan het thema energie alleen.”

“De relatie Happiness and Place speelt een grote rol: welke omgevingsfactoren beïnvloeden of je je ergens wel of niet gelukkig voelt?”

Waar moet voor jou een inspirerende werkplek minimaal aan voldoen?
“Voor mij zit het in de combinatie van ontmoeten en afzonderen: ik wil op een karakteristieke plek mensen spreken en met ze kunnen overleggen en vergaderen. Maar ik wil ook rustig kunnen bellen, schrijven en denken in een eigen kamer. Verder vind ik de persoonlijke noot van belang op een kantoor: een fotolijstje, iets eigens. Dat kan ook in de aankleding zitten. Voor mij moeten de stoelen en tafels in een gebouw juist niet allemaal hetzelfde zijn. Durf te variëren! Dat zorgt meteen voor een andere, leukere sfeer, is mijn ervaring.”

“Een inspirerende werkplek zit hem voor mijn in de combinatie van ontmoeten en afzonderen.”

Wat is voor jou een plek waar je het best kan werken?
“Thuis. Ik heb een heerlijke werkkamer die helemaal is ingericht met mijn eigen spullen. Alles is op maat gemaakt en bedacht voor mij: een bureau met een groot werkblad, volle boekenkasten en veel foto’s. Ik vind het heerlijk om te werken met het gevoel dat ik ‘mijn’ wereld om me heen heb. En dat gevoel heb ik in die werkkamer helemaal.”

Als je nu een nieuwe draai aan je werkomgeving zou mogen geven, wat is dan het eerste dat je doet?
“Ik wil meer leuke werkplekken sprokkelen. Cafés waar ik met mijn laptop kan gaan zitten en waar ik me lekker voel als ik niet al te geconcentreerd hoef te werken. En ik wil meer plekken ontdekken om te vergaderen: karakteristieke zaaltjes in een gebouw waar je mensen tegenkomt met wie je een praatje kunt maken. Ik vind Seats2Meet een geweldig concept. Daar hangt een hele fijne sfeer en alle mensen die daar komen, zijn een beetje van dezelfde club: die willen net iets meer dan alleen maar saai vergaderen.”

Wat zijn buiten je eigen werk en kantoor voor jou gebouwen of leefomgevingen die je inspireren?
“Het nieuwe gebouw van de faculteit Bouwkunde in Delft is een hele bruisende plek geworden. Het is qua inrichting en kleur heel inspirerend. Het heeft veel ontmoetingsplekken en je ontdekt overal dat tot in detail is nagedacht over de inrichting. Zo is er een grote oranje tribune waarmee je een van die ontmoetingsplekken kunt ombouwen tot een theater, heel origineel. Ik vind het overigens wel jammer dat bij de aanpak van dat gebouw niet ook op die creatieve manier met het thema duurzaamheid is omgegaan. Dat is weer heel rationeel benaderd terwijl ook op dat vlak veel kansen liggen. Verder ben ik natuurlijk veel op Nyenrode en dat landgoed om het kasteel heen is ongelooflijk mooi en inspirerend. Ik maak geregeld wandelafspraken, dat werkt fantastisch.”

“Het is jammer dat bij het nieuwe gebouw van de faculteit Bouwkunde in Delft het thema duurzaamheid erg rationeel is benaderd. Daar liggen veel kansen.”

Wat is jouw kijk op de beste plek voor onderwijs of zorg?
“Mijn beide dochters studeren in de VS en een van de twee gaf ons onlangs een rondleiding in het nieuwste gebouw van haar universiteit, de Suffolk University in Boston. Dat was ongelooflijk gaaf: elke groep studenten heeft er een eigen ronde tafel met een interactief tafelblad in combinatie met een beeldscherm zodat al samenwerkend heel snel kan worden gereageerd op wat de docent vraagt en vertelt. Je ziet daar al hoe de toekomst van onderwijs er uit ziet: een ideale combinatie van psychologie en technologie, waarbij ook de opstellingen in een collegezaal een rol spelen. Door banken en stoelen op een bepaalde manier neer te zetten, ontstaan bijvoorbeeld makkelijker gesprekken tussen studenten onderling en met de docenten.”

Bij de zorg denk ik aan het Leendert Meeshuis in Berg&Bosch, een voormalig ziekenhuis in de bossen van Bilthoven dat is omgebouwd tot een verpleeghuis en waar mijn moeder een aantal jaren werd verpleegd. Het is een oud gebouw dat binnen heel fijn aanvoelt. Dat komt vooral door de antroposofische inrichting: er zijn waterfonteintjes, veel groen, mooie houten meubelen. Voor de gezondheidszorg geeft die antroposofie – mits je het niet te star doorvoert – vaak een hele prettige ervaring aan patiënten. Het biedt veel elementen die helpen om mensen sneller te genezen.’

Wie (of wat) is jouw inspiratiebron op het vlak van duurzaamheid?
“Dat zijn er wel een paar, als ik terugkijk. Allereerst mijn vader, die me al jong op het spoor van dit thema zette. Hij was destijds erg geraakt door de conclusies van de Club van Rome. Dat opende echt zijn ogen. Hij werkte bij een energiebedrijf en wilde kijken waar en hoe hij zelf kon bijdragen aan energiebesparing. Dat zorgde er voor dat ik thuis vaak hoorde: ‘Deur dicht!’, maar het maakte me ook al jong bewust dat je zelf iets kan doen.

Later, toen ik studeerde in Delft en daar een beetje met mijn ziel onder de arm liep omdat ik diepgang miste – het leek vaak alleen om ‘het plaatje’ te gaan – , was Kees Duijvestein, hoogleraar ecologisch bouwen, belangrijk voor me. Hij werd mijn grote voorbeeld en inspirator. Later ontmoette ik in Amerika Barbra Batshalom, een heel pragmatisch denkende vrouw die onderzocht welke prikkels mensen nodig hebben om enthousiast voor duurzaam bouwen te kiezen. En later in Nederland was ook Gerard Keijzers, hoogleraar duurzaam ondernemen aan Nyenrode, zo iemand. Ook hij keek steeds naar hoe je van duurzaamheid iets maakt dat mensen echt graag willen. Van die manier van denken heb ik ook mijn sport gemaakt, geïnspireerd door al deze mensen.”

Reageer op dit artikel