InterviewOnderwijs

Alexander Minnaert: ‘Leren is iets anders dan presteren’

Alexander Minnaert is hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onder meer onderzoek naar leeromgevingen, motivatie en de relatie tussen docent en leerling. Minnaert is keynote speaker op het seminar ‘De ideale mbo-leeromgeving voor nu en de toekomst’ op 22 maart in Zwolle.

Hoe ziet volgens u het klaslokaal van de toekomst eruit?

“Daarin zijn een aantal elementen van belang: licht, natuur, technologie en sfeer. Hoe beter de omgeving verlicht is, hoe actiever mensen zijn. Een donkere ruimte waar geen frisse lucht kan binnenkomen werkt averechts voor de productiviteit. Op donkere dagen krijg je minder energie van binnenuit. Lichtprikkels zorgen ervoor dat we informatie beter kunnen opnemen. Er komt op openluchtscholen, waar ook in de winter de ramen open staan, en waar kinderen meer bewegen, zelfs minder ADHD voor dan op andere scholen.

Zorg voor uitzicht op groen. Dat biedt contact met de natuur en met anderen. Voor de ogen is het goed om af en toe in de verte te moeten kijken. Wat betreft planten in het lokaal: vraag ook aan leerlingen wat ze fijn vinden. Aanwezigheid van de natuur, en ook geluiden uit de natuur, werkt rustgevend. Goed gebruik van technologie, in allerlei vormen, is ook belangrijk. Nieuwe media kunnen ervoor zorgen dat kennis snel en makkelijk binnen handbereik is. In plaats van mobiele telefoons te verbieden, kun je die juist inzetten in de klas. Bijvoorbeeld om opdrachten te maken of contact te leggen met mensen uit de praktijk.

En zorg voor een goede, veilige sfeer, die uitstraalt: hier hebben we respect voor elkaar, we kunnen hier leren, we zijn samen onderweg. In een leergerichte omgeving mogen fouten worden gemaakt. Een soort expeditiesfeer – niet de sfeer van een hardloopwedstrijd waarbij iemand de eerste moet zijn. Leren is iets heel anders dan presteren. De omgeving kan daaraan bijdragen: zo stralen leeromgevingen met een woonkamerachtige inrichting gelijkwaardigheid uit, waardoor de docenten en leerlingen meer op gelijke voet staan.”

Leren is iets heel anders dan presteren – pas de omgeving daarop aan.

Welke specifieke voorwaarden aan de leeromgeving stelt het mbo-onderwijs?

“Variatie is heel belangrijk. Een gevarieerde omgeving prikkelt en daagt uit. Je zou, net als in een theater, verschillende decors moeten hebben die je kunt wisselen in de ruimte. Uit onderzoek bleek dat statafels en zitballen in plaats van stoelen goed werken. Het is goed als leerlingen niet altijd in één gebouw zitten, maar af en toe wisselen en naar een ander pand moeten, zodat ze buiten komen en bewegen. Ook variatie in verschillende werk- en leervormen zijn nuttig. Uit een onderzoek over docentgedrag op groene vmbo’s bleek dat docenten die kunnen schakelen tussen verschillende vormen als beste worden ervaren door leerlingen. Dat vereist wel andere soorten ontmoetingsplekken die flexibel zijn, waar je dingen kunt opstellen en in een mum van tijd kunt veranderen of groter of kleiner kunt maken.

Toch is een bepaalde mate van voorspelbaarheid ook nodig bij mbo-leerlingen. Zorg ervoor dat bijvoorbeeld materiaal op dezelfde manier terug te vinden is, ook digitaal. Evenals voorspelbaarheid in de tijd: dat leerlingen weten wat er gaat komen. Er is daarin een groot verschil tussen jongens en meisjes: meisjes zijn veel meer gericht op de omgeving dan jongens. Meisjes vinden een plezierige, mooie, warme omgeving belangrijk. Toch worden jongens ook sterk beïnvloed door de omgeving: zo hebben jongens meer behoefte aan structuur, zoals duidelijke routes en herkenbaarheid van de ruimte in relatie tot het vak.

Meisjes zijn veel meer gericht op de omgeving dan jongens.

Wat inspireert u bij het bedenken van de ideale leeromgeving?

“Er zijn veel wijsheden te vinden in de manier waarop de oude Grieken onderwijs gaven. Denk aan het vertellend vermogen. De oudheid was een verhalende samenleving. De verbeeldingskracht wordt erdoor geprikkeld, mensen worden erin meegenomen. Daar zou meer plek voor moeten zijn in het onderwijs, juist ook bij abstracte vakken als wiskunde of natuurkunde. Probeer het eens te verhalen.”

Welke rol spelen emoties bij het leren?

“Negatieve emoties zorgen ervoor dat mensen krampachtig worden en dat spieren verstijven. Atleten lopen sneller blessures op als ze gespannen zijn. Ook kun je een minder groot beroep doen op het werkgeheugen, omdat die emoties plek innemen daarin. Mensen kunnen daardoor minder goed informatie opnemen of zich iets herinneren uit het langetermijngeheugen. Zo wordt het vak wiskunde vaak minder goed opgepakt, omdat er bij veel leerlingen en ouders een beeld tussen de oren leeft dat je het niet kunt of dat het te moeilijk is. Die angst is dodelijk voor je werkgeheugen. Negatieve emoties zijn ook ondermijnend voor ons afweersysteem. Daardoor zijn negatieve emoties en gezondheid onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

Heldere, zachte, niet te scherpe kleuren helpen bij het creëren van een positieve flow

Hoe kunnen docenten en scholen hierop inspelen?

“Zorg voor een positieve flow, bijvoorbeeld door succeservaringen. Lichte muziek kan goed helpen, dat gebeurt ook in angstige omgevingen als parkeergarages en metrostations. Ook zoiets simpels als de schoolbel zou iets zachter en aangenamer kunnen. Bijvoorbeeld met een vriendelijke stem die zegt ‘Over enkele minuten start de volgende les. Rond je taak tijdig af, we zien je graag bij de volgende les.’

Metrostation in Rotterdam

Heldere, zachte, niet te scherpe kleuren helpen bij het creëren van een positieve flow. Welke kleuren het beste zijn, hangt af van de taak. Felle kleuren passen bij activiteit, daarom hebben fastfoodketens vaak felle kleuren: dan blijven mensen minder lang tafelen. Groen is rustgevend en oranje schijnt goed te zijn voor de creativiteit.
Tenslotte: probeer leerlingen te raken en aan te sluiten bij hun belevingswereld. Bij de theorie moet duidelijk zijn waaróm ze het leren. Daarom is het goed als scholen de praktijk zo veel mogelijk in huis halen, bijvoorbeeld met een eigen restaurant of theater. En laat studenten iets ervaren. Leerlingen die een auto moeten maken die minder snel slipt, zijn veel gemotiveerder als ze zelf hebben meegemaakt hoe het is om in een slippende auto te zitten. Hoe meer zintuigen worden betrokken bij het leerproces, hoe beter.”

Op woensdag 22 maart organiseert de nieuwe draai de seminar ‘de ideale mbo-leeromgeving voor nu en de toekomst‘. Een inspirerende middag rondom de ideale onderwijsomgeving met onder meer Alexander Minnaert (Rijksuniversiteit Groningen), Thomas Bögl (LIAG Architecten) en Ton Wennink (Onderwijsgroep Noord). Schrijf u nu in door een e-mail te sturen naar marco@denieuwedraai.nl en betaal slechts €159 (excl. BTW).

Reageer op dit artikel