Als het beton droog isKantoren

Het goudgele gemeentehuis van Hardenberg

Nieuwe gebouwen worden vaak met de mooiste beloftes opgeleverd. Wat is er van die ambities geworden? Journalist Dewi Gigengack neemt een kijkje en praat met de gebruikers.

Aflevering #5: Gemeentehuis Hardenberg

Het goudgele, ronde gemeentehuis valt op in het qua bouwstijl traditionele, conservatieve Hardenberg. Het glimt en het schittert, als een trotse debutante die zich laat bewonderen door haar aanbidders. Maar van aanbidding is voorlopig weinig te merken. Vandaag werd het gebouw verkozen tot lelijkste gebouw van Nederland.

Dat het eigenzinnige gebouw durf uitstraalt, daar is niet iedere Hardenbergenaar het mee eens. “Het past niet in de omgeving”, vindt een oudere man die naar het gemeentehuis loopt om een gratis weekkrant te halen. “Het is te modern. De bijenkorf, noemen wij het.”

Hardenberg_04
Beeld Architekten Cie

Beeld Architekten Cie

Niet alleen het uiterlijk is opvallend: bij zijn oplevering in 2012 was dit het duurzaamste gemeentehuis van Nederland. Maar hoe leefbaar is het gemeentehuis van Hardenberg?

Bij zijn oplevering in 2012 was dit het duurzaamste gemeentehuis van Nederland.

Een eerste ‘belofte’ van dit gebouw sneuvelt direct bij binnenkomst. De groene omgeving zou binnen voortgezet worden, staat op de website van de gemeente te lezen. Maar op de begane grond, waar burgers zich kunnen melden bij de receptie, is geen plant te vinden. Wel is er mooi zicht op de raadszaal en is er een foto-expositie van Overijsselse landgoederen, met gedichten van de Zwolse rapper Sticks.

Besparing

In de wachtruimte zit Ina van Ee. Ze komt haar paspoort ophalen. “De kolossale vorm vind ik wel wat hebben”, zegt ze. “En ik begreep dat het zelfvoorzienend is in energieverbruik, dat vind ik positief. Maar van binnen vind ik het erg royaal, zeker als je hoort wat het heeft gekost. Een beetje too much, vind ik.”

Die 25 miljoen euro is inderdaad een terugkerend kritiekpunt, vertelt ambtenaar Odette Anbergen. Zij was als projectmedewerker betrokken bij de nieuwbouw. “Maar het is heel energiezuinig. En hier werken ambtenaren voor twéé gemeenten: Ommen en Hardenberg. Dat is ook een besparing.”

Hardenbergse jungle

Zoals veel nieuwe kantoren zijn de werkruimtes ingedeeld in verschillende ‘zones’: gewone werkplekken, individuele kamers, overlegruimtes en ontmoetingsplekken. Ook de opvallende binnentuinen die het gebouw doorkruisen, de zogenaamde ‘oranjerieën’, zijn bedoeld om te ontspannen en te ontmoeten. Maar zodra we daar binnenkomen, blijkt waarom deze paradepaardjes niet worden gebruikt. Het is er tropisch warm en vochtig, alsof je in een vlindertuin staat. En ondanks de weelderige begroeiing in deze Hardenbergse jungle weerkaatst het geluid van onze stemmen onprettig tegen de muren. De zitplekken van prachtig geperst bamboe zijn leeg. “Heel jammer”, reageert Anbergen. “Maar er wordt aan gewerkt: de ventilatie en temperatuurregeling worden aangepast.”

“Het is er tropisch warm en vochtig, alsof je in een vlindertuin staat.”

Beeld Architekten Cie

Beeld Architekten Cie

Frisse wind

Er zijn meer aanpassingen gedaan, vertelt Anbergen. Zo bleken de state-of-the-art lamellen niet altijd toereikend: aan de binnenkant van sommige ramen zijn extra lamellen toegevoegd. Ook zijn bepaalde luchtroosters verplaatst. “Het is niet echt fijn werken met een frisse wind in je nek.”

“Nu zie ik de planten wel, maar voel ik ze niet.”

In een hoek op de vierde verdieping zit adviseur water Nienke Lambers te werken. Ze is positief over de flexplekken die hier worden gehanteerd. “Ik kies een plek in de buurt van collega’s die ik vaak nodig heb, dat is handig. Bellen doe ik in de oranjerie en in mijn pauze loop ik buiten een rondje.” Wel mist Lambers groen ín het gebouw. “Nu zie ik de planten wel, maar voel ik ze niet.”

Statussymbool

“Licht en ruimte”, dat zijn de eerste woorden die personeelsadviseur Bert Sloots te binnen schieten als hij vertelt over het gemeentehuis. “Dat vind ik ook het prettigst werken. Daarom zit ik bijna nooit in zo’n afgesloten kamertje.” In zijn functie heeft hij veel gesprekken over privacygevoelige zaken als salaris, rechtspositie en functionering. “Er zijn genoeg plekken waar dat rustig kan. En ik ga ook veel naar de andere locaties toe.”

Beeld Architecten Cie

Beeld Architecten Cie

Vindbaarheid van collega’s vindt Sloots wel een ‘aandachtspunt’. “We moeten onszelf aanwennen om altijd te laten weten waar je bent en om bereikbaar te zijn.” Ook heeft hij op drukke dagen wel eens moeite met het geluid van pratende collega’s. “Het is lastig om elkaar daar op aan te spreken.” Lachend: “Soms is een blik al voldoende.”

“Als ik aan mensen uitleg dat dit gebouw heel compact en energiezuinig is, dan begrijpen ze het beter.”

Al met al is Sloots ‘best wel trots’ op zijn werkplek. “Ja, er is soms kritiek van burgers. Maar de tijd dat een gemeentehuis een statussymbool was, ligt ver achter ons. Als ik aan mensen uitleg dat dit gebouw heel compact en energiezuinig is, dan begrijpen ze het beter.” Bijnamen als bijenkorf en ananas vindt Sloots wel grappig. “Soms is het een wespennest”, vult hij lachend aan. “En op vrijdagmiddag is het een bierpul.”

Reageer op dit artikel