Als het beton droog is

Gebouw Arkin laat ontwikkeling zorg zien

Nieuwe gebouwen worden vaak met de mooiste beloftes opgeleverd. Wat is er van die ambities geworden? Journalist Dewi Gigengack neemt een exclusief kijkje achter de gevel en praat met de gebruikers.

Aflevering 2: Arkin, Amsterdam

De geestelijke gezondheidszorg (ggz) bevindt zich in een overgangsperiode. Waar het vroeger gebruikelijk was om mensen onder dwang in een separeerruimte te plaatsen, moeten klinieken nu aan andere eisen voldoen. De cliënt staat daarbij centraal: mensen moeten in een vriendelijke, veilige omgeving worden opgevangen en behandeld.

Arkin, een ggz-organisatie met klinieken en poliklinieken in Amsterdam en omgeving, zit middenin die transitie. De organisatie renoveert gebouwen om ze gastvrijer en leefbaarder te maken. Dit doet Arkin aan de hand van een eigen visie – waarin zintuigelijke beleving centraal staat – en de nieuwe ‘veldnorm insluiting’, die eisen stelt aan de zogenaamde ‘extra beveiligde kamer’: een ruimte waarin een cliënt al dan niet gedwongen kan worden ingesloten.

Jellinek_1

De Mentrumkliniek Vlaardingenlaan van Arkin, waar mensen met langdurige psychiatrische problemen of verslaving worden behandeld, laat goed zien welke ontwikkeling de zorg heeft doorlopen. Het pand is in delen gebouwd: in 2000, 2004 en 2011. De plafonds in de oudste vleugel zijn 2,5 meter hoog en er is nog collectief sanitair. In de nieuwbouw zijn de plafonds 2,7 meter hoog en hebben cliënten hun eigen toilet en douche op de kamer. “Volgens de nieuwe richtlijn moet de hoogte van een extra beveiligde kamer zelfs 2,9 meter zijn”, vertelt projectleider huisvesting Jeroen Vervoort. “Zo snel gaat dat. We zouden er dus een vloer uit moeten breken om aan de veldnorm te voldoen.”

Arkin_2

In de Mentrumkliniek is nog één separeerruimte: een akelige, mintgroene ‘cel’ met alleen een matras. Daarnaast zijn er de nauwelijks vriendelijker afzonderingsruimtes. Vervoort: “Deze kamers wil je eigenlijk niet hoeven gebruiken. Het zijn lege vierkante meters die je toch móet hebben.”

Dat separeren ‘not done’ is, is duidelijk. De laatste separeer wordt uiteindelijk een extra beveiligde kamer, waar cliënten zaken als temperatuur en licht zelf kunnen bepalen, en waar ze via een multimediascherm contact kunnen hebben met de buitenwereld. Vijf andere voormalige separeerruimtes zijn omgebouwd tot een creatieve therapieruimte en een ‘high care unit’. In deze prikkelarme ruimte kan de cliënt tot rust komen of behandeld worden. De zachte materialen, rustige kleuren en ronde vormen hebben een cocon-effect.

Arkin_3

Zelfregie

Een andere verbetering zijn de comfort rooms: huiselijke kamers waar een cliënt alleen of met de behandelaar tot rust kan komen. Op de intensive care, waar mensen binnenkomen en worden gediagnosticeerd, is een wat grotere comfort room waar ook familie bij mag. Op de gesloten afdeling heeft de comfort room vriendelijke vormen: een bank in een ronde nis, een ronde tafel, een wand met ‘waterbubbels’ die aan en uit kan en lampen waarvan de kleur aangepast kan worden. “De cliënt kan hier internetten, tv kijken of naar muziek luisteren”, vertelt Vervoort. “Mensen voelen zich prettiger als ze zelf de regie hebben.”

Om in te kunnen spelen op toekomstige veranderingen – groepen die groter of kleiner worden of moeten verhuizen – wil de organisatie alle cliëntenkamers gelijktrekken. “Nu is er bijvoorbeeld nog verschil tussen het soort wanden dat tussen de kamers zit, de mate van isolatie en het type behang. Dat is lastig als je van een open afdeling een gesloten afdeling wilt maken”, legt Vervoort uit. “Bij meer uniformiteit kunnen we flexibeler zijn.”

Arkin_4

 

Goed voorbeeld: de Jellinek

Een andere locatie van Arkin, waar klinieken van Jellinek en Novarum zijn gevestigd, is in 2014 helemaal gerenoveerd. De entree is ruim, open en licht. Er zijn aardetinten gebruikt, wat de ruimte een rustige sfeer geeft. Her en der zijn er zitjes, er hangen bijzondere lampen en bezoekers kunnen koffie pakken. Muren zijn niet recht maar gebogen. Deze principes zijn ook terug te vinden in de rest van het pand, zoals de huiskamers van de verschillende afdelingen en de kantoren.

“Ik merk dat deze omgeving cliënten overtuigt om tóch voor een opname te kiezen”, vertelt een gz-psycholoog die op een flexplek aan het werk is. “Opgenomen worden in een kliniek klinkt heel erg, maar als ze hier een rondleiding krijgen, denken ze ‘het valt mee’. De nieuwe huisstijl straalt rust uit. Dat komt ook de behandeling zelf ten goede.”

Arkin_5

Jellinek en Novarum zijn een voorbeeld voor de andere klinieken van Arkin. Het is de kunst om een balans te vinden tussen openheid en veiligheid, zowel voor medewerkers als cliënten. De medewerker staat niet meer achter een loketje, maar er is contact. Maar wel met cameratoezicht en een persoonlijk alarm. En tussen gastvrijheid en functionaliteit, met warme materialen die wel tegen een stootje kunnen. Dat is hier goed gelukt. “De omgeving in de kliniek moet zo goed zijn dat die bijdraagt aan de behandeling”, stelt Vervoort. “Maar ook weer niet zó fijn dat mensen zo lang mogelijk willen blijven.”

Reageer op dit artikel