Zorg

4 trends die de GGZ gaan veranderen

Wat is de best mogelijke leefomgeving voor ggz-cliënten? Dat was de vraag van de nieuwe draai bij de start van de campagne in 2018. Meer dan tien organisaties schreven zich in voor de verkiezing meest leefbare ggz-omgeving. En wat bleek: de helft van de inschrijvingen ging niet over een gebouw of een woning, maar over een sociale filosofie. 

Winnaar Buurtcirkel is daarvan een krachtig voorbeeld, zo oordeelde de jury. Buurtcirkel gaat uit van de eigen kracht van mensen en de hulp wordt vormgegeven vanuit de behoeften van mensen zelf. Tijdens de prijsuitreiking en het rondetafelgesprek bij Howie the Harp in Rotterdam met Jacobine Geel (GGZ Nederland), Beverley Rose (GGZ Nederland), Ruud van der Kind (+Vijf, een initiatief van Pameijer), Guus Haest, Netty van Triest (Platform 31), Steven Makkink (MIND), Rianne Runhaar (RIBW Arnhem & Veluwe Vallei) kwam naar voren dat er vier ontwikkelingen ten grondslag liggen aan de verandering in de ggz waar Buurtcirkel en andere initiatieven voor staan. 

Trend 1: Positieve gezondheid

De mens is niet zijn ziekte, stelde oprichter van het Institute for Positive Health Machteld Huber bij de introductie van het begrip ‘positieve gezondheid’. Het gedachtegoed waarbij de mens en zijn eigen kracht centraal staan, wordt steeds breder omarmd in de gezondheidszorg, ook in de ggz. Steeds vaker wordt gekeken naar hoe de cliënt zijn veerkracht kan vergroten en een betekenisvol leven kan leiden. Dat gaat dus veel verder dan alleen kijken naar klachten die iemand ervaart, maar bijvoorbeeld ook naar kwaliteit van leven en of iemand het gevoel heeft maatschappelijk betrokken te zijn.

Trend 2: Leefstijl als positieve factor

Gezond eten, voldoende bewegen, ontspannen en in de natuur zijn, hebben grote invloed op de mentale gezondheid. Deze leefstijlfactoren krijgen steeds meer aandacht in de gezondheidszorg. Er is toenemend wetenschappelijk bewijs voor de positieve effecten van een gezonde leefstijl. In oktober kreeg minister Bruno Bruins van Volksgezondheid een manifest uitgereikt van 20 auteurs en meer dan 1000 ondertekenaars, onder wie vele artsen en patiënten, met daarin de oproep om het onderzoek naar ‘leefstijlgeneeskunde’ te bevorderen. Ook de ggz is zich steeds bewuster van het belang van een gezonde leefstijl. Deze ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen, maar heeft een enorme potentie voor verbetering van de gezondheid van mensen en de beperking van maatschappelijke kosten van ziekte.

Trend 3: GGZ als sociale verantwoordelijkheid

In onze ‘participatiemaatschappij’ wordt steeds meer verwacht van mensen en hun sociale omgeving. We worden niet meer van wieg tot graf verzorgd door de staat, maar moeten onze eigen boontjes doppen. Dit heeft in de zorg onder meer geleid tot ambulantisering, ook in de ggz. Opnames zijn nog altijd zeer ingrijpend en daarom heeft het de voorkeur dat mensen in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen en functioneren. 

Deze ontwikkeling betekent dat de ggz een bredere sociale verantwoordelijkheid wordt; niet alleen van ggz-instellingen maar ook van huisartsen, gemeentes, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties en de leefomgeving van de cliënt zelf. 

Trend 4: Mondigheid 

Burgers willen (meer) eigen regie over hun leven en meer ruimte om hun eigen zaken te regelen. Interventies en regels van de overheid worden vaak gezien als onwelkome bemoeienis, maar mensen vinden ook dat de overheid zaken goed moet regelen. 

De overheid stimuleert die eigen regie. Zelfmanagement vraagt om actieve, goed geïnformeerde burgers met eigen netwerken. Zorgverleners worden door deze ontwikkeling steeds meer gezien als ‘coach’ en meedenker. Ze moeten de regie bij de hulpvrager laten en afstemming zoeken met het informele en professionele netwerk van hun cliënt. 

Uitdagingen

Bovenstaande trends brengen een aantal uitdagingen met zich mee voor de ggz-sector. Hoe kunnen ggz-instellingen deze ontwikkelingen en filosofieën in de praktijk brengen voor mensen die tot nu toe institutioneel wonen? Een deel van het antwoord ligt in de wijze waarop zorgprofessionals naar cliënten kijken: niet alleen naar hun aandoening, maar naar de hele mens. 

Uitgangspunt is dat mensen hun eigen kracht inzetten, in hun eigen buurt of in een institutionele omgeving. Of je nu goed kunt koken of klussen: door een bijdrage te leveren voelen cliënten zich waardevol en helpen ze anderen. Daarnaast geven zulke activiteiten structuur aan hun dag. De focus op positieve gezondheid en leefstijl helpt mensen ook sneller re-integreren na een opname. 

Een andere uitdaging is hoe zorgorganisaties in hun werkwijze en behandelaanbod de cliënt en zijn behoeften en kracht écht centraal kunnen stellen, in plaats van te werken vanuit een eigen vaststaand aanbod. In de zorg heerst nog altijd de neiging om mensen in een hokje te plaatsen in plaats van een flexibel behandel- en ondersteuningsplan op maat te maken. Hoe kunnen instellingen hun medewerkers in staat stellen om eigen protocollen los te laten en aan te sluiten bij de leefwereld van hun cliënten? Bij Buurtcirkel wordt eerst geïnventariseerd wat mensen nodig hebben én wat ze kunnen bieden. Op basis hiervan gaat men aan de slag – er is geen vaststaand aanbod maar er wordt gekeken naar de intrinsieke behoefte van de deelnemers zelf. Hier is een portie lef voor nodig waaraan het in veel organisaties nog ontbreekt.

Fysieke plek

Ambulantisering is niet ‘heilig’. De mensen die ambulante zorg ontvangen, lijken toch ook behoefte te hebben aan een fysieke plek waar ze zich veilig voelen en aanvullende hulp of ondersteuning kunnen krijgen. Maar ze lopen aan tegen het stigma dat aan zo’n zorggebouw kleeft. Hoe kun je deze groep hierin voorzien? Allereerst is het belangrijk om goed in kaart te brengen waar cliënten precies behoefte aan hebben en waarom. Willen ze vooral met mensen samenzijn om hun eenzaamheid te verminderen en wat voor elkaar te betekenen? Bij welke vragen en in welke levensgebieden hebben zij ondersteuning nodig? Als blijkt dat er echt een fysieke plek nodig is, is het aan te bevelen om ze in contact te laten komen met de overige gebruikers van die plek – door in gesprek te gaan met elkaar krijgen vooroordelen geen kans.

De ontwikkelingen in de ggz roepen een bredere vraag op: hoe kunnen we samenleven zo organiseren dat mensen beter kunnen terugvallen op de eigen omgeving? Hierin spelen behalve de ggz ook gemeenten en woningcorporaties een grote rol. De sociale samenhang en structuur verzwakt, er zijn steeds meer eenpersoonshuishoudens en wijken zijn vaak ‘los zand’. Toch hebben mensen ook behoefte aan gedeelde ‘services’ in de woonomgeving, dat kan mogelijk een ingang of aanknopingspunt zijn om de sociale samenhang te versterken.

Uiteindelijk ligt hierin ook een uitdaging voor stedenbouw, sociale structuren in wijken en de kracht van winkels, sportverenigingen, culturele instellingen en andere plekken waar mensen van nature samenkomen. De nieuwe draai kijkt en denkt graag mee hierover. Wil jij dat ook en heb je hier ideeën over? Laat het ons weten!

Reageer op dit artikel